Geschiedenis

Historia (allegorie van geschiedenis), Nikolaos Gyzis, 1892

Geschiedenis is onder meer de vakdiscipline, die zich bezighoudt met de studie van chronologische ordening van gebeurtenissen in het verleden, zich daarbij baserend op kritisch onderzoek van bronnen.

Geschiedenis in de ruime betekenis is ook alles wat volgens mondelinge of schriftelijke overlevering in het verleden heeft plaatsgevonden, dus ook alle fenomenen die verandering ondergaan, met of zonder de mens. Een geschiedenis kan ook een verhaal zijn, met al of niet chronologische ordening van gebeurtenissen en handelingen (acties) door al of niet fictieve personages. Verhalen zijn zo het object van onderzoek in de narratologie.

Geschiedenis wordt gebaseerd op een grote diversiteit aan bronnen, zoals geschreven en gedrukte bronnen, interviews (mondelinge geschiedenis) en ongeschreven bronnen uit de archeologie. Sommige benaderingen zijn in de ene periode gebruikelijker dan in de andere. De periode van de gebeurtenissen uit de tijd vóór het schrift staat bekend als de prehistorie. Een voorbeeld is de geschiedenis van de Aarde.

Deelterreinen

De geschiedenis kent allerlei deelterreinen die op verschillende onderwijsinstellingen worden onderwezen, waaronder:

Disciplines binnen de geschiedenis

Geschiedenis per onderwerp

Geschiedenis per locatie

Hulpwetenschappen van de geschiedenis

  • Archeologie (oudheidkunde); de studie naar de overblijfselen van oude culturen
  • Chronologie (tijdrekenkunde); de studie voor het lokaliseren van gebeurtenissen in de tijd
  • Codicologie de studie van samengebonden manuscripten in een codex gezien als materieel voorwerp
  • Cryptografie (geheimschrift); de studie van het ontcijferen van geheimschriften
  • Epigrafie (opschriftkunde); de studie van inscripties die zijn aangebracht op steen of andere harde materialen
  • Faleristiek de studie van de vorm en de geschiedenis van de ridderorden én andere onderscheidingen
  • Hagiografie (heiligenleven); de studie van biografieën van (christelijke) heiligen
  • Heraldiek de studie van de betekenis van wapenschilden
  • Metrologie de studie van meting (maten, meetprocessen en meetfouten)
  • Onomastiek (naamkunde); de studie van de betekenis, de oorsprong en de verspreiding van namen
  • Numismatiek (muntkunde); de studie van alle tastbare vormen en geschiedenis van geld
  • Oorkondeleer de studie van het ontstaan, de vorm en geschiedenis van oorkonden
  • Paleografie de studie (het bestuderen en ontcijferen) van oude handschriften en archiefstukken
  • Sigillografie (zegelkunde); de studie van zegels die als waarborg voor de echtheid van documenten gebruikt zijn
  • Vexillologie (vlaggenkunde) de studie die zich bezighoudt met vlaggen
  • Mathematiek (wiskunde) de studie van patronen en structuren

Geschiedenis als leervak

Nederland

Het vak geschiedenis wordt in Nederland op de verschillende onderwijsinstellingen verschillend onderwezen:

  • Bij geschiedenis op de basisschool staat het verhaal van de geschiedenis centraal. Belangrijke gebeurtenissen en personen worden daarbij in een breder kader geplaatst.
  • In het voortgezet onderwijs is het geschiedenisonderwijs vooral toegespitst op het aanleren van historische vaardigheden en wordt de kennis verder uitgediept. In de theoretische leerweg van het vmbo ligt de nadruk op het opdoen van kennis en in het vwo bij het aanleren van de vaardigheden. Met ingang van 2007 werd in Nederland de geschiedenis in het basis- en voortgezet onderwijs cyclisch gebracht. Leerlingen krijgen de geschiedenis dan driemaal geleerd (basisonderwijs - onderbouw - bovenbouw), waarbij de diepgang telkens groter wordt. De leidraden hierbij vormen de tien tijdvakken met 49 kenmerkende aspecten en de canon van de geschiedenis met 50 gebeurtenissen en personen die elke Nederlander zou moeten kennen.
  • Op universitair niveau is geschiedenis een volwaardige studierichting, veelal binnen de letterenfaculteit. Daarnaast zijn er op hoger beroepsonderwijs (hbo) en universitair niveau lerarenopleidingen geschiedenis.

Vlaanderen

In het Vlaamse basisonderwijs worden geschiedkundige thema's weleens besproken binnen het vak wero (wereldoriëntatie). In Vlaanderen is geschiedenis een vak in de meeste studierichtingen van het secundair onderwijs. Afhankelijk van de gekozen studierichting krijgen de leerlingen één of twee lesuren geschiedenis per week. In alle ASO-richtingen is geschiedenis een verplicht vak. Ook in de meeste TSO en KSO-richtingen wordt geschiedenis onderwezen.

In het vak geschiedenis wordt de (westerse) wereldgeschiedenis chronologisch overlopen, beginnende bij de prehistorie en het Oude Nabije Oosten in het eerste jaar en de geschiedenis van de twintigste eeuw in het zesde (laatste) jaar. In elk leerjaar wordt dus een ander tijdvak onder de loep genomen:

Aan de universiteit kan de academische bachelor Geschiedenis gevolgd worden. Aan de hogescholen is er ook een opleiding voor geschiedenisleerkracht op professioneel bachelorniveau.

Periodiseringen

Over het algemeen wordt voor de geschiedenis van de Oude Wereld de volgende globale indeling van tijdsperioden aangehouden:

  1. De prehistorie: voor 2000 v.Chr.
  2. het oude nabije oosten: 2000 voor Chr. - 800 v.Chr.
  3. klassieke oudheid 800 v.Chr. - 500
  4. De middeleeuwen: 500 - 1500
  5. de vroegmoderne tijd : 1500 - 1800
  6. de moderne tijd: 1800 - 1945
  7. De eigentijdse geschiedenis (nu tijd): 1945-heden

In het Belgisch onderwijssysteem (vanaf secundair onderwijs) wordt de volgende indeling in tijdvakken gehanteerd:

  1. De prehistorie: tot 3500 v.Chr.
  2. De stroomculturen (Oude Nabije Oosten): 3500 v.Chr. tot 800 v.Chr.
  3. De klassieke oudheid: 800 v.Chr. tot 500
  4. De middeleeuwen: 500-1500
  5. De Vroegmoderne tijd: 1500-1750
  6. De Moderne tijd: 1750-1945
  7. de Hedendaagse geschiedenis: 1945-nu

Of

  1. De prehistorie: tot 3500 v.Chr.
  2. De oudheid: 3500 v.Chr. tot 500
  3. De middeleeuwen: 500-1450
  4. De vroegmoderne tijd: 1450-1750
  5. De moderne tijd: 1750-1945
  6. De eigen tijd: 1945-nu

Of

  1. De prehistorie: tot 3000 v.Chr.
  2. De oudheid: 3000 v.Chr. tot 500 n.Chr.
  3. De middeleeuwen: 500-1500
  4. De vroegmoderne tijd: 1500-1800
  5. De moderne tijd: 1800-nu

Of (specifiek)

  1. De prehistorie: tot 3500 v.Chr.
  2. Het Oude Nabije Oosten: 3500 v.Chr. tot 800 v.Chr.
  3. De klassieke oudheid: 800 v.Chr. tot 476
  4. De middeleeuwen: 476 tot 1492
  5. De vroegmoderne tijd: 1492 tot 1789
  6. De moderne tijd: 1789 tot 1945
  7. De eigen tijd: 1945 tot nu

Of

  1. De prehistorie: tot 3300 v.Chr.
  2. De oudheid: van 3300 v.Chr. tot 476 n.Chr.
  3. De middeleeuwen: van 476 n.Chr. tot 1453 n.Chr./1492 n.Chr.
  4. De vroegmoderne tijd: van 1453 n.Chr./1492 n.Chr. tot 1789 n.Chr.
  5. De moderne tijd: van 1789 n.Chr. tot 1945 n.Chr.
  6. De eigen tijd: van 1945 n.Chr. tot nu

De gebeurtenissen

  1. 3500 v.Chr. (1): Het ontstaan van het schrift
  2. 800 v.Chr.: De stichtingsdatum van Rome[bron?]
  3. 476 n.Chr.: Val van het West Romeinse Rijk
  4. 1453 n.Chr.: Val van het Oost Romeinse Rijk
  5. 1492: De ontdekking van Amerika
  6. 1789: Het begin van de Franse Revolutie
  7. 1945: Het einde van de 2de wereldoorlog

In het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs wordt tegenwoordig een indeling in tien tijdvakken gehanteerd:

  1. Tijd van jagers en boeren (~prehistorie): tot 3000 v.Chr.
  2. Tijd van Grieken en Romeinen (~oudheid): 3000 v.Chr. tot 500
  3. Tijd van monniken en ridders (~vroege middeleeuwen): 500-1000
  4. Tijd van steden en staten (~hoge en late middeleeuwen): 1000-1500
  5. Tijd van ontdekkers en hervormers (~renaissance/Reformatie): 1500-1600
  6. Tijd van regenten en vorsten (~Gouden Eeuw): 1600-1700
  7. Tijd van pruiken en revoluties (~Verlichting): 1700-1800
  8. Tijd van burgers en stoommachines (~industrialisatie): 1800-1900
  9. Tijd van de wereldoorlogen (eerste helft twintigste eeuw): 1900-1950
  10. Tijd van televisie en computer (tweede helft twintigste eeuw): 1950-nu

Perioden

Historische lijsten

Lijsten van A tot Z

Zie ook

Werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Hoofdportaal:Geschiedenis op Wikisource.