Huis Palts-Sulzbach

Huis Palts-Sulzbach
Verheffing 1615
Stamvader August
Laatste heerser Karel Theodoor
Uitgestorven 1799
Etniciteit Duits
Hoofdtak Palts-Neuburg
Titels
  • Paltsgraaf aan de Rijn
  • Hertog van Beieren
enz.

Het huis Palts-Sulzbach (Duits: Haus Pfalz-Sulzbach) was een Duitse vorstelijke dynastie. Palts-Sulzbach was een zijlinie van het huis Palts-Neuburg, een van de verschillende takken binnen Paltische linie van het huis Wittelsbach. Tussen 1615 en 1799 regeerde de dynastie over Palts-Sulzbach, een klein vorstendom in het Heilige Roomse Rijk. Karel Theodoor, de laatste mannelijke vertegenwoordiger van de dynastie, regeerde ook over de Palts, Berg, Gulik en Palts-Neuburg en Beieren.

Kopergravure met het portret van paltsgraaf August, de stamvader van het huis Palts-Sulzbach.

De verdeling van Palts-Neuburg

[bewerken | brontekst bewerken]

Het huis Palts-Sulzbach ontstond door de verdeling van Palts-Neuburg in 1615. Na de dood van Filips Lodewijk (1547–1614) erfde diens oudste zoon Wolfgang Willem het vorstendom Neuburg. Wolfgang Willem had zich in 1613 tot het Rooms-katholicisme bekeerd en was getrouwd met een katholieke Beierse prinses. Met steun van Spanje en de Katholieke Liga had Wolfgang Willem tijdens de Gulik-Kleefse Successieoorlog de hertogdommen Gulik en Berg aan de Neder-Rijn in handen gekregen. In het lutherse Palts-Neuburg werd de positie van Wolfgang Willem echter niet meteen geaccepteerd.

Op 17 juli 1615 sloot Wolgang Willem een verdrag met zijn twee jongere broers August en Johan Frederik, waarin de twee jongere broers de heerschappij van Wolfgang Willem erkenden. Tegelijkertijd kregen zij een aantal gebieden binnen het vorstendom Neuburg toegewezen. Johan Frederik kreeg Hilpoltstein en August kreeg Sulzbach met Vohenstrauß Sulzbach en Hilpolstein bleven echter onderdeel uitmaken van Palts-Neuburg. Als landsheer bleef Wolfgang Willem verantwoordelijk zaken die het hele vorstendom aangingen, zoals algemene belastingen en de vertegenwoordiging van het vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk.

Conflicten over religie en soevereiniteit

[bewerken | brontekst bewerken]

De religieuze tegenstelling leidde tot conflicten tussen Wolfgang Willem en zijn jongere broers. Tegen de zin van August en Johan Frederik ondersteunde Wolfgang Willem het katholicisme niet alleen in zijn deel van het vorstendom Neuburg, maar ook in Sulzbach en Hilpoltstein. Wolfgang Willem beweerde dat hij als landsheer het recht had om het geloof van zijn onderdanen te bepalen. In 1627, midden in de Dertigjarige Oorlog, liet hij Sulzbach en Hilpolstein bezetten en voerde de Contrareformatie door. Alleen in de hofkerken van zijn jongere broers stond Wolfgang Willem de Lutherse dienst toe.

Paltsgraaf August sloot zich in 1630 aan bij de Zweden die in dat jaar het Heilige Roomse Rijk waren binnengevallen. Zijn vorstendom werd in 1632 veroverd door Beierse troepen. De Zweden wist Sulbach snel weer te heroveren, maar na de Zweedse nederlaag bij Nördlingen in 1634 kwam Sulzbach opnieuw in Beierse handen, wat het tot het einde van de oorlog in 1648 bleef. August overleed in 1632 ballingschap en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Christiaan August. Zijn twee jongste zoons, Johan Lodewijk en Filips, traden in militaire dienst.

Na de oorlog keerde Christiaan August terug naar Sulzbach en nam de regering van het vorstendom op zich. De verhouding met Neuburg werd geregeld met twee verdragen. In 1652 werd Sulzbach tot simultaneum verklaard: katholieken en lutheranen kregen in het hele vorstendom dezelfde rechten en moesten hun kerkgebouwen met elkaar delen. In 1656 gaf Filips Willem van Palts-Neuburg zijn rechten in Sulzbach op, waardoor het vorstendom volledig rijksvrij werd. Deze toenadering was mogelijk geworden omdat Christiaan august zich een jaar eerder tot het katholicisme bekeerd had.

Erfgenaam van het huis Palts-Neuburg

[bewerken | brontekst bewerken]

Onder de regering van Christiaan August en zijn zoon Theodoor Eustachius herstelde de economie van het kleine vorstendom zich. Onder Christiaan August werd Sulzbach een centrum voor de studie van esoterische wetenschappen zoals alchemie en de kabbala. Theodoor Eustachius investeerde in manufacturen en in 1714 sloot hij een verdrag met Palts-Neuburg waardoor het amt Parkstein-Weiden volledig in Sulzbachse handen kwam.

Allegorisch schilderij door Johann Jakob Dorner de Oudere waarop de personificaties van Beieren en de Schone kunsten keurvorst Karel Theodoor huldigen.

De goede verhoudingen met het huis Palts-Neuburg, sinds 1685 de regerende dynastie van de Palts, leidde in 1717 tot de verkiezing van Francisca Christina tot abdis van Thorn. In 1726 werd ze ook gekozen tot abdis van Essen.[1] Johan Christiaan Jozef trouwde in 1722 met Maria Henriëtte de La Tour d'Auvergne, de erfgename van het Markiezaat Bergen op Zoom. Hun zoon Karel Theodoor werd na de vroege dood van zijn moeder in Brussel opgevoed door zijn overgrootmoeder. In 1733 liet de kinderloze keurvorst Karel III Filips van de Palts hem als zijn erfgenaam naar zijn hof in Mannheim komen. Karel Theodoor nam in 1741 de regering van Bergen op Zoom en Sulzbach over. Een jaar later volgde hij Karel III Filips op in de Palts, Berg, Gulik en Neuburg.

Karel Theodoor was een groot muziek liefhebber en onder zijn regering groeide Mannheim uit tot een cultureel centrum. De muziekstijl die de Mannheimer Schule voortbracht verspreidde zijn over heel Europa. Daarnaast stimuleerde de keurvorst de wetenschappen en de economie in zijn vorstendommen. In 1777 breidde Karel Theodoor zijn gebied nogmaals uit door een rijke erfenis. Keurvorst Maximiliaan III Jozef van Beieren overleed in dat jaar kinderloos. Met hem stierf de Beierse linie van het huis Wittelsbach uit. Karel Theodoor hoopte een deel van zijn Beierse erfenis met Oostenrijk te kunnen ruilen tegen Voor-Oostenrijk of de Oostenrijkse Nederlanden, maar na een korte oorlog tussen Oostenrijk en Pruisen moest hij zijn Beierse erfenis accepteren. Ook moest Karel Theodoor zijn hof naar de Beierse hoofdstad München verplaatsen.

Hoewel Karel Theodoor bij zijn verschillende maîtresses een groot aantal kinderen had verwekt was het huwelijk tussen hem en zijn nicht Elisabeth Augusta (1721–1794) kinderloos gebleven. In 1795 sloot de zeventigjarige Karel Theodoor nog een tweede huwelijk met de achttienjarige aartshertogin Maria Leopoldina van Oostenrijk-Este. Kort na het huwelijk distantieerde Maria Leopoldina zich van haar man, waardoor de door Karel Theodoor gewenste troonopvolger er niet kwam. In 1799 overleed de oude keurvorst aan een hartaanval, waarmee het huis Palts-Sulzbach uitstierf. Hij werd opgevolgd door Maximiliaan Jozef uit het huis Palts-Zweibrücken-Birkenfeld-Bischweiler.

Portrettengalerij

[bewerken | brontekst bewerken]

Stamboom en positie binnen het huis Wittelsbach

[bewerken | brontekst bewerken]

Stamboom van het huis Palts-Sulzbach

[bewerken | brontekst bewerken]

In de onderstaande stamboom zijn alle leden van het huis Palts-Sulzbach opgenomen, met uitzondering van jong gestorven kinderen. Huwelijken zijn aangegeven met het huwelijkssymbool () dat twee ringen voorstelt.

Stamboom van het huis Palts-Sulzbach 

Positie binnen het huis Wittelsbach

[bewerken | brontekst bewerken]

In de onderstaande stamboom zijn alle legitieme takken van het huis Wittelsbach opgenomen. In 1329 stelde keizer Lodewijk de Beier het Huisverdrag van Pavia op, waarin hij de Palts afstand aan de drie zoons van zijn oudere broer Rudolf I van de Palts. Hierdoor ontstonden twee linies binnen de dynastie: de oudere Paltsische en de jongere Beierse linie. In 1410 werd de Paltsische linie verder verdeeld, maar alleen de linie Simmern-Zweibrücken bleef tot de zeventiende eeuw voortbestaan. Ook in deze linie vonden delingen plaats. Het huis Palts-Neuburg ontstond als voortzetting na van het huis Palts-Zweibrücken na de deling van 1569. Het huis Palts-Sulzbach was de enge zijlinie van het huis Palts-Neuburg die meer dan een generatie bleef bestaan.

Linies binnen het huis Wittelsbach 
 
 
 
 
 
 
 
 
Scheyern
11e eeuw–1180
 
Meranië
1153–1182
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beieren
1180–1255
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Opper-Beieren
1255–1329
 
Neder-Beieren
1255–1340
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts
1329–1410
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Beieren
1329–1349
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Keurlinie
1410–1559
 
Palts-Neumarkt
1410–1448
 
Palts-Simmern
1410–1459
 
Palts-Mosbach
1410–1506
 
Opper-Beieren
1349–1363
 
Neder-Beieren
1349–1392
 
Straubing-Holland
1349–1436
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Simmern
1459–1685
 
Palts-Zweibrücken
1459–1569
 
Palts-Veldenz
1543–1694
 
Beieren-Ingolstadt
1392–1445
 
Beieren-Landshut
1392–1503
 
Beieren-München
1392–1777
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Neuburg
1569–1742
 
Palts-Sulzbach
1614–1799
 
Palts-Zweibrücken
1569–1605
 
Palts-Birkenfeld
1569–1671
 
Palts-Bischweiler
1630–(1806)
 
Palts-Gelnhausen
1654–(1799)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Palts-Zweibrücken
1605–1661
 
Palts-Landsberg
1605–1681
 
Palts-Kleeburg
1605–1731
 
Beierse koningshuis
(1806)–heden
 
Hertogen in Beieren
(1799)-1968
  1. (de) Teresa Schröder-Stapper (2015): Fürstäbtissinnen: Frühneuzeitliche Stiftsherrschaften zwischen Verwandtschaft, Lokalgewalten und Reichsverband, Böhlau Verlag, Keulen en Weimar, blz. 104.